Auteur Topic: Eerste Hulp Bij Honden  (gelezen 2260 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline sabine

  • Ravotterke
  • ***
  • Berichten: 5801
  • Geslacht: Vrouw
Eerste Hulp Bij Honden
« Gepost op: januari 30, 2009, 22:26:00 pm »

*geschreven door Dogsfriendly*

Geachte leden en gasten van dit forum,

sinds kort heb ik een samenwerking kunnen bemachtigen met een dierenarts...

ik vroeg deze persoon of ze het zag zitten om voor dit forum EHBO tips te noteren en ons van tijd tot tijd er eentje te laten weten, naargelang het seizoen of ...

Indien u wilt discussiëren over de tip, open gerust een nieuwe topic.

Deze EHBO lijst is met de bedoeling de mensen te helpen die voor een futuliteitje naar de DA zouden gaan. Het is dus niet de bedoeling dat ik de DA zijn werk afneem via deze tippen-topic of dat jullie denken dat een consultatie dan toch niet nodig is. Als de tip niet werkt, betekent dit dat u best wel langsgaat.

*Niets uit deze topic mag worden overgenomen zonder toestemming van de auteur

Hopende op een goede samenwerking,

het team

EERSTE HULP BIJ ONGEVALLEN.


Inleiding.


Als eigenaar van een dier kan men kleine problemen tegenkomen die zelf kunnen verholpen worden, zonder dat de tussenkomst van een dierenarts vereist is (bijv. teken verwijderen). Dikwijls zal men echter ook problemen ontmoeten waarbij diergeneeskundige hulp noodzakelijk is.  Men moet hierbij het onderscheid kunnen maken tussen wat dringend is en wat niet dringend is.

Een spoedgeval is elke situatie die een onmiddellijk ingrijpen vereist om onherstelbare schade of dood te voorkomen.

Het is in het belang zowel van de eigenaar als van de dierenarts dat men een spoedgeval duidelijk kan herkennen. Geen enkele dierenarts vindt het aangenaam om midden in de nacht uit het bed gesleurd te worden door een hysterische eigenaar voor een dringende oproep, wanneer het zogenaamde spoedgeval gemakkelijk tot 's anderendaags had kunnen wachten.  Aan de andere kant kan het wachten om diergeneeskundige hulp in te roepen soms leiden tot onherstelbare schade of zelfs de dood van het dier (bijv. maagtorsie)

Dringende diergeneeskundige hulp is vereist in situaties die levensbedreigend zijn.  Daarnaast zijn er ook aandoeningen die niet direct het leven bedreigen, maar waarbij snelle hulp noodzakelijk is om te voorkomen dat de aandoening verergert.

Bij spoedgevallen moeten we echter niet machteloos toezien, maar snel en doelgericht hulp bieden in afwachting van gespecialiseerde hulp, zodat we de overlevingskansen kunnen vergroten. Hierbij is een bepaalde kennis en vaardigheid vereist, zodat adequaat kan gereageerd worden op het spoedgeval.

Ieder spoedgeval is anders en komt steeds onverwacht!

Men weet nooit vooraf dat het zal gebeuren en is er dus nooit op voorbereid.


Algemeen


Eerste hulp is de eerste verzorging die een dier nodig heeft in geval het geconfronteerd wordt met een plotseling ontstane ziekte of een ongeval. Het doel van eerste hulp is het redden van het leven van een dier, het verlichten van pijn, het voorkomen dat de verschijnselen verergeren en het bevorderen van herstel.

Er zijn een aantal regels die we in acht moeten nemen bij toedienen van eerste hulp, namelijk :


1.   Kalmte bewaren.

   Paniek is uit den boze! Het belemmert het gezond verstand!

Bij een spoedgeval met ernstige verwondingen moet men er steeds rekening mee houden dat het dier kan sterven.  Als men geprobeerd heeft adequaat hulp te bieden en het dier sterft toch, dan kan men zichzelf niets verwijten.  Het zou niet geholpen hebben om op een paniekerige wijze overhaast te handelen. 

Bij een spoedgeval, zal een dier als het bij bewustzijn is meestal angstig en in paniek zijn.  Paniekerige of hysterische omstaanders moeten we weren, zodat het dier tot rust kan komen.


2.  Nadenken, doch geen tijd verliezen.

Eerst nadenken, zodat geen overhaaste verkeerde handelingen gesteld worden. Men moet in eerste instantie tijd nemen om na te denken wat er precies moet gebeuren.


3.  Doelgericht werken: stellen van prioriteiten.

Hierbij geldt het gezegde:     

'First life, then limb'

(eerst het leven, dan de ledematen)

Bijvoorbeeld bij een dier met een gebroken poot en een bemoeilijkte ademhaling,  zullen we eerst zorgen dat de ademhaling gestabiliseerd wordt, voor we overgaan tot spalken.



Prioriteiten


De snelheid waarmee sterfte van een gewond dier kan optreden is afhankelijk van de aard van de bedreigde levensfuncties. Dit bepaalt de snelheid van handelen. 

Hieronder volgt een lijst volgens snelheid van optreden van sterfte, in volgorde van zeer weinig tijd beschikbaar tot meer tijd beschikbaar om te handelen.

Citaat
1. Ademhalingsproblemen waarbij het dier niet meer ademt.

2. Problemen met het bloedvatenstelsel.

   1. Hartstilstand
   2. Slagaderlijke bloeding
   3. Aderlijke bloeding

3. Shock.

4. Vergiftiging.

5. Breuken.

   1. open breuken
   2. gesloten breuken

6. Aandoeningen van het zenuwstelsel.



Dit schema geeft aan welke levensfuncties eerst moeten hersteld zijn, voordat met aan een andere aandacht schenkt.

Bijvoorbeeld:  Bij een dier met een aderlijke bloeding en een gesloten breuk, zal men eerst de bloeding stoppen voordat de breuk wordt bekeken.  Ademt het dier niet meer, dan zal men in eerste instantie geen aandacht schenken aan de bloeding, maar eerst de ademhaling herstellen.


1. Aandoeningen van het ademhalingsstelsel.


Alle cellen van het lichaam hebben zuurstof nodig.  Indien de opname van zuurstof verstoord is, is het leven ernstig bedreigd.  Er treedt zeer vlug beschadiging op van de hersenen, spieren en bloedvaten.  Er moet daarom uiterst snel hulp geboden worden bij ademhalingsproblemen.

Oorzaken van ademhalingsproblemen


Er zijn tal van oorzaken die aanleiding kunnen geven tot een bemoeilijking of onmogelijkheid tot ademen:

   Te weinig zuurstof in de ingeademde lucht (vb. rook).
   Belemmering van de luchtwegen:
   Vreemde voorwerpen.
   Verdikking van het slijmvlies door astmatische aanval, ontsteking, verbranding of irriterende gassen.
   Verdikking van de tong.
   Verdringing van lucht in de longen door:
   Water (verdrinking).
   Andere gassen (CO-aardgas).
   Rook (brand).
   Dichtsnoeren van de luchtwegen (wurging).
   Beschadiging van de spieren die instaan voor de adembewegingen:
   Scheuren van het middenrif.
   Gebroken ribben.
   Verdwijning van de onderdruk in de longen door een gat in de borstwand (geen aanzuigen meer van lucht).

Normale waarden.


Het normaal ritme van de adembewegingen bedraagt 10 tot 30 /min.
( sneller bij kleine dieren, trager bij training)
Hijgen komt voor bij verhoging van lichaamstemperatuur, schuwheid of angst.

Verschijnselen van ademnood


- Het dier staat met een gestrekte hals.
- Het dier doet moeite om zuurstof binnen te krijgen (geforceerd ademen).
- De ademhaling is onregelmatig.
- De slijmvliezen en de tong worden blauw.
- Verlies van bewustzijn.
- Als de ademhaling stopt, treedt er binnen enkele minuten sterfte op.


Eerst hulp


   Indien het dier bewusteloos is: onmiddellijk kunstmatige ademhaling toepassen.

   Indien het dier nog niet bewusteloos is: proberen de oorzaak te achterhalen (ook niet te lang zoeken):

   Knellende voorwerpen van de hals weghalen (halsband).
   Muil openen.
   Tong uit de muil trekken (evt. met zakdoek).
   Kijken of er vreemde voorwerpen in de keel zitten.
   Bij aanwezigheid van vloeistof in de longen (verdrinking), het dier oppakken aan de achterpoten en met de kop naar beneden laten hangen. Daarbij enkele malen krachtig op de borstwand drukken
     (evt. door een helper).


Kunstmatige ademhaling


   Het dier op zijn rechterzijde op een harde ondergrond leggen.
   De poten strekken.
   Als er een gat is in de borstwand, deze afdekken met plastic.
   De hals strekken.
   De tong zo ver mogelijk naar voor trekken en kijken of er niets in de keel zit.

Al deze handelingen moeten zeer snel gebeuren.

   Sluit de muil.
   Trek de bovenlip over de onderlip, zodat er geen lucht door de muil heen kan.
   De muil met een hand dichthouden.
   Plaats de lippen over beide neusgaten.
   Blaas lucht in de neus, zodat de borstwand omhoog komt, gedurende ongeveer 3 seconden.  De kracht waarmee geblazen moet worden is afhankelijk van de grootte van het dier.
   De lippen weghalen en de lucht gedurende 2 seconden laten uitstromen.
   Terug 3 seconden inblazen - 2 seconden uitblazen - enz. tot de ademhaling herneemt of tot de dierenarts aanwezig is. 
   Indien het dier moet vervoerd worden, moet de kunstmatige ademhaling voortgezet worden tot bij de dierenarts.

Na een ademhalingsstilstand volgt meestal ook snel een hartstilstand, zodat ook hartmassage nodig is. (zie verder)

noot van de plaatser: binnen ca twee weken wordt het vervolg geplaatst.



2. Aandoeningen van het circulatiestelsel.


Het hart is een pomp die het bloed via de bloedvaten door het lichaam stuwt.  Bij het samentrekken van het hart, ontstaat een drukgolf in de slagaderen.  Dit noemt men de pols. De pols kan gevoeld worden aan de binnenkant van het dijbeen of van het opperarmbeen.

Normale waarden


Het normaal ritme van de pols bedraagt 60 tot 120 slagen /min.  (tragere pols bij grotere dieren, snellere pols vb. bij angst.)  Het ritme is bij een trage pols in rust gewoonlijk onregelmatig.  Bij inademing versnelt de pols, bij uitademing daalt de pols.  Bij een snelle pols, of bij inspanning verdwijnt deze onregelmatigheid.

Oorzaken van een verstoorde hartwerking


   Zuurstofgebrek van de hartspier door een ademhalingsstilstand.
   Vergiftiging.
   Verlies van zenuwimpulsen van de hartspierwerking.
   Aandoeningen van het hart
   Shock

Verschijnselen van falende hartwerking


Bij een hartstilstand voelt men geen pols meer of geen kloppen van het hart ter hoogte van de borstwand. 

Eerste hulp


Wanneer de hartwerking verstoord is, bevindt het lichaam zich in een acuut levensgevaar.
Onmiddellijk reageren is noodzakelijk!

Hartmassage


   Leg het dier op zijn zijde, op een harde ondergrond.
   Strek de voorpoten zo ver mogelijk naar voor.
   Plaats de wortel van de hand vlak achter het schouderblad, ongeveer 5 cm boven het borstbeen.
   Druk met krachtige stoten op de borstwand.  15 stoten in 30 seconden. 
   Controleer na 2 minuten of het hart zelfstandig werkt. 

De kracht waarmee gedrukt wordt is afhankelijk van de grootte van het dier.  Bij kleine dieren kan men ook de borstkas in een hand nemen en hem met de hand samendrukken. Dikwijls is er ook gelijktijdig kunstmatige ademhaling nodig.



3. Bloedingen.


De aanmaak van de bloedcellen gebeurt in het beenmerg. Deze aanmaak vergt enige tijd. Bij een groot bloedverlies ontstaat een tekort aan bloed. Hierdoor krijgen de cellen van het lichaam niet voldoende zuurstof en voedingsstoffen aangevoerd. Dit kan leiden tot een levensbedreigende situatie.

Normale waarden


De totale hoeveelheid bloed in het lichaam bedraagt ongeveer 10 % van het lichaamsgewicht.  Een hond van 30 kg heeft dus 2.5 tot 3 liter bloed

Wanneer het bloedverlies minder dan een derde bedraagt van de totale hoeveelheid bloed, dan zal er geen sterfte optreden.  Bedraagt het bloedverlies meer dan een derde van de totale bloedhoeveelheid, dan zullen er ernstige problemen optreden.
Een hond van 30 kg kan dus maximaal 1 liter bloed verliezen.

Verschijnselen van ernstige bloedingen.

 
Slagaderlijke bloedingen

In de slagaderen wordt het bloed onder hoge druk voortgestuwd.  Bij beschadiging van een slagader, zal er dan ook in een korte tijd veel bloed vrijkomen. 

•   Het bloed stroomt stootsgewijs uit de wond; bij iedere hartslag komt er een golfje bloed naar buiten.
•   Het bloed is helderrood van kleur (het bevat veel zuurstof).

Aderlijke bloedingen

•   Het bloed stroomt continu uit de wonde, waardoor er veel bloed verloren kan gaan.
•   Het bloed is donkerrood van kleur (het bevat minder zuurstof).

Eerste hulp


   Eerst controleren of er geen ademhalings- of hartproblemen zijn.
   De bloeding stoppen. (zie onder)
   Het lichaamsdeel waar de bloeding zit hoger leggen dan de rest van het lichaam.



Er zijn een aantal mogelijkheden om een bloeding te stoppen

•   Druk uitoefenen op de wond


U kunt een bloeding stoppen door rechtstreeks druk uit te oefenen op de wond.Leg een steriel gaasje, een snelverband of een schone doek op de wond en oefen met de handpalm constant een flinke druk uit op de wond. Het gaasje absorbeert het bloed, zorgt dat er stolling optreedt en beschermt de wond tegen infecties. In de meeste gevallen zal de bloeding zo stoppen. Laat het gaasje op zijn plaats.

•   Druk uitoefenen op 'drukpunten'


U kunt de bloedtoevoer van de slagader, die het gewonde gebied van bloed voorziet, belemmeren door op een van de drie drukpunten te drukken. Door druk uit te oefenen op deze drukpunten stopt u een bloeding in het eronder gelegen gedeelte van de desbetreffende Iedematen. Laat het drukpunt pas los als de bloeding gestelpt is.

Drukpunten zijn punten waar je de slagader tegen het onderliggende bot kunt drukken
Aan de binnenzijde van het bovenste deel van de voorpoot
Aan de binnenzijde van het bovenste deel van de achterpoot
Aan de onderkant van de staartbasis

•   Een tourniquet aan leggen


Een tourniquet is een reep stof , gaas of koord, die u strak om een ledemaat bindt om de bloedvaten dicht te drukken. Dit is een tamelijk gevaarlijke techniek, die u alleen moet gebruiken om een leven te redden.

   Leg een dubbele band om de poot of de staart.
   Breng een platte knoop aan.
   Leg op de knoop een takje of een pen.
   Sla de uiteinden van de band over het takje of de pen en breng terug een platte knoop aan.
   Draai het stokje rond, zodat de druk vergroot.
   Stop met draaien van zodra de wonde stopt met bloeden.
   Leg steriel gaas op de wonde.
   Hou het stokje vast tot men bij de dierenarts aangekomen is.

Opgelet!   Door de tourniquet stroomt er geen bloed meer naar de weefsels onder de wonde, met gevaar voor afsterven van deze weefsels.  Men moet daarom elke 15 minuten gedurende een kort ogenblik de druk verminderen door het stokje terug te draaien.  Als er terug een beetje bloed uit de wonde komt, zal men het stokje terug aandraaien.

Laat een tourniquet nooit langer dan 15 minuten aaneen zitten, om afsterven van weefsel te voorkomen.
 


Vreemde voorwerpen in een wond


Het is meestal niet verstandig voorwerpen die een verwonding hebben veroorzaakt te verwijderen, vooral als ze diep in het lichaam gedrongen zijn. Verwijdering kan ernstige bloedingen veroorzaken, er kunnen gedeelten achterblijven (bijv. houtsplinters). Zorg er wel voor dat zo'n voorwerp niet dieper in de wand gedrukt kan worden door het dier in bedwang te houden.

Bloeding van kop of romp.


   Leg steriele gaasjes of een propere doek op de wonde.
   Druk gedurende enkele minuten op de wonde.
   Als de bloeding gestopt is, leg een dik pak watten op de steriele gaasjes en leg een strak verband aan. (gaasjes niet verversen)
   Als de wonde opnieuw gaat bloeden, oefen terug druk uit met de hand.

Bloeding van poot of staart.


   Druk de bloedvaten naar poot of staart met een vinger tegen het onderliggende bot.
   Voorpoot: binnenkant van de oksel, onder het schouderblad
   Achterpoot: binnenkant lies
   Staart: onderkant staart op overgang rug-staart.
   Leg steriel gaas op de wonde en druk op de wonde zelf.
   Indien het niet lukt om de bloeding te stoppen, maak gebruik van een tourniquet.  Een tourniquet mag alleen geplaatst worden om een poot of staart.  Nooit rond de kop of hals.  Een tourniquet is een klemband die geplaatst wordt tussen de wonde en het hart, ongeveer 5 - 8 cm boven de wonde.


4. Shock.


Bij schock daalt de bloeddruk in het lichaam, waardoor het circulerend bloedvolume ontoereikend wordt om alle weefsels en organen van zuurstof te voorzien. Hierdoor vallen de weefsels zonder zuurstof en voedingsstoffen, zodat bepaalde weefsels gaan afsterven.  Dit verkleint de kans op overleven.  Ook in de hersenen vallen de capillairen zonder bloed, waardoor het dier bewusteloos raakt. Bij shock onstaat een levensbedreigende situatie.
Oorzaken van shock:


Een dier kan door allerlei oorzaken in een shock geraken.

   Slechte werking van het hart, waardoor de bloeddruk daalt en de capillairen onvoldoende bloed krijgen.
   ernstige verwondingen.
   Vermindering van de hoeveelheid bloed door ernstig bloedverlies.
   vochtverlies bij brandwonden, braken of diarree.
   Verstopping van de bloedvaten.  Weefsels die achter de verstopping gelegen zijn worden niet meer van bloed voorzien.
   Andere oorzaken kunnen zijn: vergiftiging, allergische reacties, elektrische schok, of hersenletsel.

Verschijnselen van shock:


   pols zwak en onregelmatig.
   snelle hartslag
   ademhaling snel en oppervlakkig
   bewustzijn: suf, bewusteloos of coma
   Wanneer u op het tandvlees drukt duurt het door de geringe doorbloeding veel langer dan normaal, voordat de kleur terugkeert - 2 a 3 sec. i.p.v 1 sec (capillaire vullingstijd - CVT)
   ledematen en oren voelen koud aan
   pupillen wijd open
   ogen liggen
   dieper in de kassen
   temperatuur gaat langzaam dalen tot 27 graden

Eerste hulp:


   Belangrijk is het dier zo snel mogelijk naar een dierenarts te (laten) vervoeren; bij een ernstige shock is dit van levensbelang. Het zo snel mogelijk toedienen van een grote hoeveelheid vocht in de ader is de meest waardevolle therapie (infuus).
   Ademhalingswegen vrijmaken.
   Indien de ademhaling gestopt is, kunstmatige ademhaling toepassen.
   Indien de hartslag erg laag of afwezig is, hartmassage toepassen.
   Erge bloedingen stoppen.
   Bij hitteslag dieren snel afkoelen.
   Het dier in een rustige omgeving leggen, met de kop iets lager dan de rest van het lichaam.
   Het dier warm houden met een deken of warmwaterkruik tegen de buik (max.45 C).
   nooit te drinken of te eten geven

5. Vergiftiging.


Vergiften zijn stoffen die bij opname of contact met het lichaam schade kunnen toebrengen of zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben.
Ze kunnen via de muil (eten,drinken),neus (inademing)of de huid (direct contact) worden opgenomen. De ziekteverschijnselen zeer snel optreden afhankelijk van de dosis en het soort vergift. Bij vergiftiging bestaat er steeds een grote kans op shock.


Verschijnselen van vergiftiging


De symptomen verschillen afhankelijk van het soort gift.

   plotseling heftig braken, buikpijn, diarree, spierkrampen, stuipen of ademhalingsstoornissen.
   Soms zijn de verschijnselen niet zo duidelijk. Het dier is wat rustiger of juist erg druk.


Eerste hulp:


Let goed op de omstandigheden, soms zijn er restanten van gif te vinden.

   Zorg dat het dier zo snel mogelijk naar de dierenarts vervoerd wordt. Neem indien mogelijk braaksel en/of opgenomen stof (of eventueel de verpakking) mee.
   Doe het dier nooit braken en geef nooit melk,  bij een onbekende stof of bij een ingeslikt zuur, base of olieproduct.
   Als het dier bewusteloos is, leg de kop lager dan het lichaam, zodat het braaksel uit de muil kan lopen en niet in de longen terechtkomt.
   Als de ademhaling stopt, kunstmatige ademhaling toepassen
   ( Opletten voor resten vergif! ).

Noteer preventief steeds het nummer van het antigifcentrum in de directe omgeving van het telefoontoestel.


6. Breuken.


Er bestaan veel verschillende soorten breuken.
We spreken van een gesloten breuk als er geen verbinding bestaat met de buitenlucht.
Bij een open breuk, steken de breukvlakken uit de wonde. Bacteriën kunnen de wonde binnendringen en het beenmerg en beenvlies infecteren, waardoor het dier algemeen ziek kan worden en de genezing trager verloopt. 

Oorzaken van breuken.


Botbreuken worden veroorzaakt door een aanrijding of een flinke val- of vechtpartij.
Breuken kunnen ook ontstaan door bijvoorbeeld bottumor of botontkalking.

Verschijnselen van breuken.


   De poot staat in een vreemde stand of beweegt abnormaal
   Het dier kan niet meer op de poot staan
   Op de breukplaats is een zwelling te zien
   Het dier heeft veel pijn
   Het bot kan eventueel uit de huid steken
 
Eerste hulp

De scherpe uiteinden van de breukvlakken kunnen gevaarlijk zijn omdat ze omliggende weefsels en organen kunnen beschadigen.  Daarom moet er met breuken steeds voorzichtig gehandeld worden.

Eerste hulp bij een gesloten breuk:

   Zorg er steeds voor dat een gesloten breuk geen open breuk wordt.
   De dieren hebben meestal erge pijn. Laat het dier tot rust komen en spreek het rustig toe. Let op dat u niet gebeten wordt!
   Blijf zoveel mogelijk van de breuk af en voorkom dat het dier spartelt of probeert weg te lopen door vb. een doek over hem te leggen.
   Indien het onderste deel van de poot gebroken is en het dier moet over enige afstand vervoerd worden, zal men een noodspalk aanleggen (enkel bij breuken onder de knie of onder de elleboog).

Eerste hulp bij open breuken.

   Voorkom dat het dier aan de wonde likt.
   Leg steriel gaas op de wonde.
   Nooit ontsmettingsmiddelen aanbrengen op de wonde!
   Doe verder zoals voor gesloten breuken.





Aanleggen van een noodspalk.


   Wikkel een laag watten rond de poot.
   Breng aan weerszijden van de poot een spalk aan.
   De noodspalk moet steeds twee gewrichten omvatten.
   Verbind de spalken met tape of verband. (niet te hard aansnoeren)
   Schuif voorzichtig een plank of een doek onder het dier en til het daarmee op.
   Geef nooit pijnstillers!



VERBANDLEER


Verbanden aanleggen bij dieren vergt een andere aanpak dan bij de mens.  Een dier weet niet waarom het verband aangebracht werd en zal het er dan ook proberen af te krijgen.  Het verband moet dus goed strak zitten, zonder echter af te snoeren.
Doordat de huid bedekt is met een vacht zal een verband snel een neiging hebben tot afschuiven.

Het aanleggen van een verband moet dus met veel zorg gebeuren.  Het mag niet te los zitten om afzakken te voorkomen.  Het mag niet te strak zitten, omdat door afklemming afsterven van de weefsels kan optreden.

Hou steeds rekening met het volgende:

   Een verband moet men afdekken als het dier door de regen moet (plastic zak).  Weefsels onder een nat verband kunnen rotten.
   Gebruik nooit elastieken (afsnoering) om het verband op zijn plaats te houden net zo min als metalen klemmetjes (opeten).
   Verbanden moeten regelmatig ververst worden bij wonden met veel ontstekingsvocht.

Materialen


Er bestaan veel soorten materialen die elk voor een bepaald doel gebruikt worden.

   Hydrofiel gaas (steriel/ niet-steriel): dient als eerste afdekking van de wonde.
   Watten dienen als een onderlaag van het verband.  Ze hebben tot doel afknellen of te grote druk van het verband te voorkomen en ze kunnen vocht uit de wonde opnemen.
   Zwachtels kunnen elastisch of niet-elastisch zijn, zelfklevend of niet-zelfklevend.
   Kleefpleisters dienen om een verband vast te zetten of om steun te geven aan het verband.  De ene soort kleeft al beter op de haren dan de andere soort.

Voorzorgsmaatregelen


Als een verband ondeskundig aangelegd wordt, kan door afsnoering de bloedvoorziening in het lichaamsdeel in het gedrang komen.  Omdat het verband er omheen zit, valt het niet op.  Weefsel dat door een verband afgesnoerd is, wordt na enkele dagen koud, sterft af en valt af.  Zo kunnen tenen en zelfs de volledige ondervoet afsterven en afvallen.

LEG DAAROM NOOIT EEN VERBAND TE STRAK AAN!

Bij twijfel, haal het verband er liever af en leg het opnieuw aan.  Controleer het verband regelmatig. 
Speciale aandacht vragen ook gipsverbanden. Gipsverbanden  kunnen na enkele dagen afschuiven doordat de zwelling die aanvankelijk aanwezig was geleidelijk vermindert.  Een afgeschoven gipsverband kan afsnoeringen veroorzaken en moet daarom steeds verwijderd en opnieuw aangelegd worden. (dagelijks controleren !)

Als een dier heel erg aan het verband bijt en er duidelijk ongemakkelijk door is, dan moet het verband verwisseld worden.





« Laatst bewerkt op: februari 01, 2009, 00:38:57 am door dogsfriendly »