De Theorie:

Verschillende bestemmingsmogelijkheden voor particulieren
3.1. Erkende ophaler
Erkende ophalers zorgen voor het vervoer. Weegt het gezelschapsdier meer dan 10 kilogram of gaat het wettelijk gezien om een landbouwhuisdier, dan moet het dier verplicht naar de erkende verwerker worden afgevoerd. Dit kan via een erkend ophaler of geregistreerd vervoerder. Een particulier kan zijn dier wel zelf naar een dierencrematorium, -begraafplaats of vergund containerpark vervoeren
3.2. Centrale inzamelplaats
In Vlaanderen bestaan al enkele centrale inzamelplaatsen waar de particulier terecht kan met zijn dode huisdieren. Dit is vooral interessant voor mensen die in de stad wonen. Een mogelijkheid om zo'n centrale inzamelplaats in te richten is het containerpark. Een centrale inzamelplaats is enkel bestemd voor particulieren en openbare instanties (zoals politie, brandweer, OCMW…) en niet voor dierenartsen, beenhouwerijen, veehouderijen en andere commerciële activiteiten.
3.3. Dierencrematorium en -begraafplaats
In Vlaanderen is een beperkt aantal crematoria en begraafplaatsen vergund, voor het verbranden, begraven en eventueel opslaan van dode gezelschapsdieren. De instellingen moeten beschikken over een milieuvergunning voor de exploitatie en indien ze zelf ophalen over een erkenning voor het ophalen van dierlijk afval.
Een begraafplaats is momenteel niet vergunningsplichtig.
Hierbij toch enkele aanbevelingen inzake begraven (algemene VLAREM II voorwaarden V01: art. 4.1.0.1 tot 4.1.8.2.):
•   Alleen gezelschapsdieren die niet gestorven zijn aan een op mens, of dier overdraagbare ziekte mogen worden begraven. De gemeente kan een attest, afgeleverd door een dierenarts, vragen vooraleer toestemming te geven tot begraven.
•   Begraven mag alleen in een zanderige grond. In een klei- of leemachtige grond vindt onvoldoende ontbinding plaats.
•   Het dier moet in een put begraven worden van minstens een halve meter diep. Dit voorkomt dat andere dieren het beginnen op te graven. Het dier moet wel boven het grondwaterniveau liggen.
•   Er mogen geen plastic zakken of ander slecht afbreekbare verpakkingen mee de grond in.
•   De dode dieren mogen enkel verpakt worden in biologisch afbreekbare materialen.
•   Er mogen enkel huisdieren worden begraven, geen landbouwhuisdieren.
Gedurende 5 jaar na het sluiten van de dierenbegraafplaats mag geen landbouwkundig gebruik gemaakt worden van de grond, onder meer voor het besmettingsgevaar door miltvuur (Bacillus anthrax).
3.4. Dierenarts en dierenasiel
Sterft een gezelschapsdier bij een dierenarts of diende die een spuitje toe, dan kan het daar ook opgeslagen worden. De dierenarts zorgt dan voor het contacteren van een erkend ophaler. Voor opslag van dieren van derden heeft de dierenarts een milieuvergunning nodig voor onder andere opslag van dierlijk afval (VLAREM rubriek 2.1.1.). Dierenasielen mogen enkel dode dieren aannemen indien ze over een vergunning beschikken voor de opslag van dierlijk afval.
3.5. Begraven in de tuin
Een gemeentelijk politiereglement kan begraven in eigen tuin verbieden. Bovendien gelden voorwaarden V01: art. 4.1.0.1 tot 4.1.8.2 van Algemene VLAREM II.
•   Alleen gezelschapsdieren die niet gestorven zijn aan een op mens, of dier overdraagbare ziekte mogen worden begraven. De gemeente kan een attest afgeleverd door een dierenarts vragen vooraleer toestemming te geven tot begraven.
•   Begraven mag alleen in een zanderige grond. In een klei- of leemachtige grond vindt onvoldoende ontbinding plaats.
•   Het dier moet in een put begraven worden van minstens een halve meter diep. Dit voorkomt dat andere dieren het beginnen op te graven. Het dier moet wel boven het grondwaterniveau liggen.
•   Er mogen geen plastic zakken of ander slecht afbreekbare verpakkingen mee de grond in.
•   De dode dieren mogen enkel verpakt worden in biologisch afbreekbare materialen.
•   Er mogen enkel huisdieren worden begraven, geen landbouwhuisdieren. Gezelschapsdieren van meer dan 10 kilogram mogen niet begraven worden.
EHBO